Op deze buitengewoon mooie, wellicht wat overdreven warme woensdag had ik vrij. De oudste twee hadden studiedag en de man maakte gebruik van de gelegenheid om met de groepdriezoon op pad te gaan. De kleuterdochter ging naar de Sportstuif en de peuterdochter naar Villa Yip.

Ik had oorspronkelijk een afspraak gepland, maar die ging uiteindelijk niet door en derhalve had ik een hele lege dag voor me. Toen de man dat hoorde stelde hij meteen voor dat ik dan maar een rondje moest gaan fietsen. En ik vond dat een goed idee.

Hij bedacht ook meteen welke route ik moest fietsen en zette die in mijn vorig jaar met mijn verjaardag gekregen fietscomputer. De man kent mij immers vrij goed en weet dat ik gevorderd goed ben in verdwalen. Dat komt uiteindelijk heus goed, maar zo’n hulpmiddel is een welkome aanvulling.

Dus toen ik de meisjes had weggebracht, met de buurvrouw had gekletst en koffie had gedronken ging ik me voorbereiden. Goede kleren aan, waterfles vullen, racefiets uit de schuur halen, banden pompen, reparatiesetje zoeken, insmeren, helm op en naar buiten.

Het coole apparaat op de fiets klikken en gaan. Dacht ik. Krijg ik toch dat ding niet goed aan de praat. Ik zag de route, maar kreeg hem niet overtuigd daadwerkelijk op te nemen wat ik dan fietste. En dat is erg, want zo werd de sportieve data niet vastgelegd en kon ik het niet uploaden naar Stava. Een soort social medium over sportactiviteiten.

En zoals iedereen weet ‘it ain’t happen if it isn’t on Strava. Ik had natuurlijk op kunnen zoeken hoe het apparaat werkte of de man kunnen vragen om instructie. Maar na al het voorbereiden wilde ik wel eens op pad. Gelukkig ben ik niet ongeduldig.

Zo fietste ik mijn rondje zonder feedback over afstand, snelheid en tijd. En kon ik nadien geen kudo’s (Straviaanse likes) verzamelen. Ergens jammer, maar ook wel lekker rustig. En ik heb meteen een goede reden om eerdaags het rondje nog een keer te fietsen.