Om januari nog even helemaal compleet te maken, mocht ik op de allerlaatste dag ervan aantreden bij de huisartsenpost voor mijn maandelijkse rondje bijbeunen zoals één van mijn collega’s dat zo mooi wist te verwoorden.

Ik zal u bekennen dat ik een beetje een haat-liefde verhouding heb met deze activiteit. Na een werkweek in het verpleeghuis valt het me niet altijd mee om met frisse zin naar de huisartsenpost te gaan. Het helpt wel dat ik pas om tien uur hoef te beginnen, dan kan ik toch nog een beetje uitslapen. Het nadeel aan zo laat beginnen is overigens dan wel weer dat er ook tot laat doorgewerkt moet worden.

Ook deze keer had ik moeite met opstaan maar toen ik eenmaal aan de slag was, vond ik het toch ook weer prima. Het is gewoon leuk om af en toe eens een heel ander soort patiënten te zien en doordat ik dat doe blijf ik er ook nog bekwaam in. Ik verkeer in de luxe positie dat ik aan ‘cherry picking’ mag doen, en kan daarmee dus uitzoeken wie ik zie.

Dat betekent in de praktijk dat ik lees wat de triagist* opschreef toen de patiënt belde en daarbij bedenk of ik me bekwaam voel om diegene te zien. U zult snappen dat ik geregeld oude mensen zie, verder kies ik vaak mensen die een (sport)letsel opliepen, oefen ik graag met hechten en houd ik me ook geregeld bezig met (over)bezorgde of wat psychisch belaste mensen.

Ik zou het ook best leuk vinden om kindjes te zien, maar hoewel ik natuurlijk uitgebreide moeder ervaring heb, voel ik me daar als medisch behandelaar gewoon niet zo prettig bij. Als er tijd en ruimte is, kijk ik wel eens met een collega mee als die een kleintje beoordeelt. Wellicht gaat het moment nog komen dat ik daar zekerder in ga voelen, het lekkere is dat dat geen vereiste is. Als ik het bij de wat oudere populatie houdt, kijkt niemand daarvan op.

Grappig/awkward moment tijdens de dienst was toen ik overlegde met een MDL-arts over het al dan niet doorverwijzen van de meneer die ik voor mijn neus had zitten. Met droge ogen introduceerde ik hem als cliënt en werd direct vriendelijk gecorrigeerd. U bedoelt patiënt neem ik aan? Dat bedoelde ik uiteraard.

Achteraf bedacht ik me dat het praten over cliënten of patiënten eigenlijk best aardig het verschil tussen verpleeghuiszorg of huisartsenzorg weer zou kunnen geven. De term patiënt impliceert een medisch probleem terwijl cliënt eerder iemand is die een dienst afneemt. Dat is in het verpleeghuis natuurlijk vaak deels een medische dienst, zeker als ik betrokken ben, maar de insteek is toch een andere dan op een huisartsenpost.

Na een dagje patiëntenzorg ging ik moe maar voldaan weer huiswaarts. En maandag ga ik weer terug naar mijn cliënten.


*de afgelopen dagen was er in de media wat ophef over de rol van de doktersassistente als je naar de huisarts belt. Het was duidelijk geschreven zonder al te veel kennis van zaken en had tot gevolg dat de rol van doktersassistente/triagist in een niet erg positief daglicht kwam te staan. Kwalijk vond ik het. Allereerst lijkt het ‘afzeiken’ van mensen me niet zinloos en bovendien buitengewoon onaardig. Daarnaast ben ik er van overtuigd dat er zonder die triage dagelijks doden zouden vallen.