Op donderdagavond vroeg de groepzesdochter of we op vrijdag geen zelfgemaakte sushi konden eten. Dat is geen grap, de meiden zijn dol op aardappelen/groente/vlees, op de klassieke p’s* én op sushi. Dat is heden ten dagen niet uitzonderlijk geloof ik en bij het kerstdiner heb ik dan ook al geregeld sushi voorbij zien komen.

Het allerliefst gaan de dames naar een sushirestaurant, maar ze snappen gelukkig zelf ook wel dat dat voor vijf man niet zomaar even een tussendoortje is. Althans, niet in dit gezin.

Zo’n sushimaakexercitie is best bespreekbaar, maar op de vrijdagavond na het werk als er ook nog boodschappen moeten worden gedaan is dat niet handig. Daarom sprak ik met de groepzesdochter af dat we er in het weekend mee aan de slag zouden gaan.

Op zaterdagochtend kregen de meiden de opdracht om een boodschappenlijstje te maken en ‘s middags zijn we inderdaad de ingrediënten gaan halen.

Terug thuis ben ik de rijst gaan koken en de meiden gingen verder voorbereiden. Ze hadden daar wel wat sturing bij nodig, het schillen van mango en avocado vonden ze tamelijk ingewikkeld, maar eenmaal voorzien van ingrediënten gingen ze zelfstandig aan de slag. Ze leverden mij keurige sushirollen aan die ik dan alleen nog even in stukjes hoefde te snijden.

Dat ging ook nog in tamelijk hoog tempo en daarom merkte ik heel flauw op dat ik stress kreeg van de snijtaak. Dat vond de puberdochter maar onzin. Nou mam, zo zei ze in alle serieusheid, wij doen eigenlijk al het werk dus no stress fristifles.

Nu leeft deze naïeve moeder soms een beetje onder een steen en de uitspraak over fristiflessen kende ik toch nog niet. Ik moet zeggen dat het ik tussen alle engelse en straattaaltermen wel verfrissend vond klinken. Ik denk dat ik hem maar implementeer.

Dan neem ik op de koop toe dat dat me veel rollende ogen gaat opleveren en de uitspraak bij de kids in ieder geval direct uit de gratie zal raken.


*dan doel ik op de pasta, pizza, pannenkoeken (en patat wellicht, maar dat schrijf je dus niet met een p).