Sinds woensdag gaan alle kids weer naar school. De groepzesdochter begon maandag, de puberdochter dinsdag en de puberzoon mocht zich woensdagochtend weer in de klas melden. Hoewel ze er vorige week nog niet overdreven veel zin in hadden, lijken ze nu alle drie wel soort van enthousiast.

Vooralsnog neemt iedereen voldoende initiatief om op tijd op school te komen, en als iemand die een hekel heeft aan te laat komen stemt me dat gelukkig. Sterker nog, ik constateer zelfs dat ze die eigenschap van mij hebben overgenomen want ze zijn allemaal geregeld ruim te vroeg.

De eerste weken van een schooljaar, zeker in de brugklas, staan in het teken van wennen en kennismaken. De groepzesdochter is weer eens begonnen met de zogenaamde gouden weken waarin in regels over samen spelen, respect voor elkaar en spullen, dat soort dingen.

De puberdochter is buitengewoon druk met kennismaken met zo’n beetje alles wat nieuw is. Ze heeft deze week sportdag, iets met spelletjes, er worden boeken gehaald, de laptop geïnstalleerd, er was een disco, er is toneel, er wordt gezwommen en ik vergeet vast nog dingen. U snapt, het arme kind is na deze week volledig gesloopt maar wel heel veel nieuwe vrienden, kennis en ervaringen rijker.

Ook voor de puberzoon geldt dat er kennisgemaakt moet worden. Hij heeft nieuwe mentoren en vooral ook een grotendeels nieuwe klas want de samenstelling is volledig veranderd ten opzichte van vorig jaar. Hij kreeg een opdracht mee naar huis: stuur een foto op van iets waar je blij van wordt. Ik deed een leuke suggestie, zo vond ik zelf.

Maar daar was ie het toch niet mee eens. Hij ging zijn transformers halen. Want, zo stelde hij, daar kan ik heel veel over yeppen.

Nu lijkt het me dat hij over zijn moedertje ook eindeloos kan praten maar over die plastic figuren kan hij helemaal los gaan. En dat hij er blij van wordt klopt zeker. Vooruit dus maar, ik leg het af tegen transformers.