‘Ik wil een bankje’ zo vertelde de meneer met wie ik vandaag in gesprek was met droge ogen. Waarop zijn gezelschap wat met de ogen begon te rollen. Een klein jaar geleden verbleef deze meneer namelijk nog op een hospice en aangezien hij toen geen negenennegentig jaar en negen maanden was, leek de kans op het gewilde bankje vrijwel nihil.
‘Een bankje?’ zult u wellicht denken ‘verwijs de beste man dan naar de meubelboulevard’, maar dat is toch niet wat hij wil. Het is (of was) hier in de omgeving niet ongebruikelijk dat de gemeente een bankje cadeau doet aan iemand die honderd jaar wordt*. Dus de uitspraak ‘ik wil een bankje’ impliceert in de regel dat men graag de honderd jaar zou willen halen.
Zo af en toe gebeurt het dat het verwachte overlijden van mensen die op een hospice verblijven uitblijft en er sprake is van stabilisatie of zelfs verbetering van de gezondheidstoestand. Aangezien hospices echt bedoelt zijn voor mensen die gaan sterven ontstaat er dan een situatie die zowel logisch als cru is: ‘u gaat niet dood, dus u moet verhuizen’ is dan de boodschap.
Bepaald een ingewikkelde gang van zaken om te verwerken lijkt me dat. Eerst ga je dood, totdat je niet doodgaat. En dan word je weer buiten gezet. Naar huis is dan vaak geen optie meer, de aandoening waaraan gestorven zou worden is vaak tamelijk invaliderend en daarnaast is soms simpelweg geen huis meer om naar terug te gaan.
En zo ontstaat dan de situatie dat je aan de verpleegkundig specialist van een verpleeghuisafdeling vertelt honderd te willen worden terwijl je naasten eigenlijk al afscheid hadden genomen.
De gemiddelde verblijfsduur in het verpleeghuis is heel veel korter dan de tijd die nodig is om voor het bankje in aanmerking te komen. De statistiek heeft deze meneer dus tegen zich. Maar als iemand in staat is om deze ‘odds’ te verslaan, is hij het. Ik ben benieuwd of t bankje er ooit misschien toch komt.
*Klopt het dat dit een lokaal gebruik is? Of heb ik gewoon niet opgelet?
Afbeelding: gegenereerd door AI, dat moge duidelijk zijn
One comment