Anderhalve week geleden werd ik 43. We zijn inmiddels een heel aantal weken druk met klussen en verhuizen. Fatsoenlijk sporten en bewegen schoot er de laatste tijd vakkundig bij in en afgelopen dinsdag sleepte ik een behoorlijke stapel dozen en kratten allerlei trappen af om ons oude huis zoveel mogelijk leeg te maken.

Dat is een opsomming die zo’n beetje vraagt om fysieke problemen en die zijn er dan ook. Dat mijn rug niet mijn allersterkste onderdeel is, wist ik wel en toen ik de afgelopen tijd ‘s morgens steeds vaker wat moeite had met mijn sokken aantrekken had ik best kunnen weten hoe laat het was.

Ik heb dat echter effectief genegeerd en ben rustig doorgegaan met het minder handige gedrag wat ik hierboven beschreef. Vandaar dat ik het nieuwe jaar ben begonnen met zogenaamde aspecifieke lage rugklachten. Rugpijn.

Een zeurende pijn onder in mijn rug, te lang in dezelfde houding gaat niet lekker, bukken is een drama en zitten op de bank ook. Niezen en hoesten is daarnaast een slecht idee en onverwachte bewegingen zijn ook al niet aan te bevelen.

Er is ook goed nieuws. Er is geen sprake van alarmsymptomen en ervaring van zo’n beetje de halve mensheid leert dat dit soort klachten doorgaans vanzelf weer over gaan. Ik leerde dat bij de bewegingswetenschappen én tijdens de klinische lessen bij de opleiding tot verpleegkundig specialist.

Ik kan nu dus aan den lijve ervaring opdoen en ga heel hard hopen dat de toestand eerder binnen dagen dan binnen weken verbetert. Het is bijna fijn dat ik volgende week weer mag gaan werken want dan forceer ik waarschijnlijk minder dan tussen alle verhuisdozen.