Dood of de gladiolen

Vandaag was m’n dagje wel; soms bedenk ik wat mijn drie hobby’s zijn en fietsen (en hardlopen) – duursporten zoals u wilt – maakt altijd onderdeel uit van die drie. Hoewel de corona-epidemie met name in de Randstad onstuimig is en een tweede golf misschien wel aanstaande is, worden weer mondjesmaat kleine hardloopwedstrijdjes georganiseerd. Als die als zogenaamde trails in het bos plaatsvinden, is dat onder voorbehoud van afstandhouden op de start-finishlocatie, goed mogelijk.

Vanochtend dus weer eens vroeg op en gingen we niet lang onderweg naar Goirle hier dichtbij: een 27 kilometer Smokkelaarstrail in het grensgebied met België. Na de start inderdaad nauwelijks gezelschap gehad behalve dan de groepjes lopers uit de eerste startgroep, die ik al snel passeerde. Heerlijk weer eens 25+ kilometer gelopen in een rappe tijd dus wat vermoeid maar zeker voldaan aan de koffie met gebak en daarna snel huiswaarts.

Daar wachtte een heel andere sportieve bezigheid wat door ons drukke bestaan wat in de verdrukking is gekomen: bankhangen met de Tour de France aan – hét recept voor een middagdut. Lang had ik daarvoor niet de tijd, want Le Tour is sport op het allerhoogste niveau wat vandaag bloedstollend was.

Als trainer lees ik wel eens wat over beïnvloeding van menselijk presteren; fysieke training en mentale begeleiding, en alles tot in de puntjes regelen zodat atleten zich op de prestatie kunnen focussen. Meer dan ooit leek Jumbo-Visma dat minutieus onder controle te hebben… totdat een broekie van eenentwintig iedereen versteld deed staan. In een tijdrit van zijn leven verpulverde hij alle records en reed hij één minuut sneller dan de een-na-beste, onze eigen Tom Dumoulin. Primoz Roglic was opeens niet meer dan een verliezer. Of hij nou choke-de of een slechte dag had, dat deed er niet toe, het geweld van Tadej Pogacar was weergaloos, en hemzelf iets kwalijk nemen kon en deed hij dan ook niet. In tegendeel hij droeg zijn verlies met verve.

Zo keihard kan topsport dus zijn; samen met een team van honderd, tweehonderd man-vrouw werk je een jaar–jaren toe naar de climax waar in één uur een bruut einde aan komt. Mijn medeleven bleef niet onopgemerkt en de groepvierzoon vatte resoluut samen: “Je kan niet altijd winnen.”

Tsja, toen ik zei dat deze wedstrijd de allerbelangrijkste was, snapte hij ook wel dat het sneu was. Toen ik onder het eten zei, dat wielrennen een prachtige sport blijft, zei hij: “Aikido vind ík mooi – dat gaat om vrede.”

Amen.

Geef een reactie